Interessant is het om door de ogen van Luther naar de politiek te kijken. Luther is mede bekend geworden door zijn twee-rijken leer. Menigmaal is deze leer op een verkeerde manier uitgelegd en gepraktiseerd. Luther onderscheidde het geestelijke regiment (eeuwige rijk van God) van het wereldlijke regiment (tijdelijke ‘aardse’ rijk). Beiden rijken zijn door God gesticht maar hebben andere taken en bevoegdheden. Wellicht kan zijn visie ons helpen om te zoeken naar een manier van christelijke politiek bedrijven. We nemen zijn visie nader onder de loep.
Het eeuwige rijk van God en het ‘tijdelijke’ wereldlijke regiment
Luther is duidelijk beinvloed door Augustinus en zijn ‘De Civitate Dei’. Augustinus tekent in zijn ‘Stad Gods, De Civitate Dei’ de bekende 2 steden-leer. In de stad Gods van de vromen heerst de liefde tot God, in de stad van de ongelovigen heerst eigenliefde en zelfverheffing. In de stad van God heerst tot zelfverachting gaande liefde tot God, in de stad van de ongelovigen tot verachting van God gaande eigenliefde. Augustinus geeft een omschrijving van de stad Gods in de eerste zin van De Civitate Dei:
‘De glorierijke stad van God – zowel hier, in het voorbijsnellen van de tijden, nu die stad tussen de onvromen in den vreemde verblijft, levend uit het geloof, als ook daarginds, in de bestendigheid van het eeuwig verblijf dat zij nu nog in geduldige volharding verwacht, uitziende naar het ogenblik waarop de gerechtigheid tot het oordeel zal overgaan, maar dat zij eenmaal op grandioze wijze zal betrekken, wanneer de uiteindelijke overwinning en de vrede zullen zijn verwezenlijkt – die glorierijke stad van God wil ik met dit werk (…) gaan verdedigen tegen degenen die boven haar stichter hun eigen goden stellen.’
Augustinus plaats de 2 steden tegenover elkaar. Er is geen tussenvorm, geen compromis tussen de stad Gods en de stad van de Satan. Wel zijn beiden rijken in dit ‘aardse’ leven met elkaar vermengd.
Volgens Luther onderscheiden deze twee rijken zich ook door verschillende ‘toebedeelde’ bevoegdheden. Zo heerst in het wereldlijke regiment de wereldlijke/lichamelijke gerechtigheid en in die van het geestelijke regiment de eeuwige gerechtigheid. Het wereldlijke regiment is gesteld onder Gods wet, het geestelijke regiment onder het Evangelie. Het principe van regeren is in het wereldijke regiment dat van heerschappij, in het geestelijke regiment dat van dienstbaarheid. De grondrechten in het wereldlijke regiment zijn die van bescherming van: leven, huwelijk, familie, huis, eigendom, erkenning, opinie, geloofs- en gewetensvrijheid. In het geestelijke regiment is het enige grondrecht het deelhebben aan het kruis en lijden van Christus. De middelen van het wereldlijke regiment zijn die van het zwaard, recht, wet en de macht van het zwaard. In het geestelijke regiment is Gods Woord het enige middel. De goederen van het ‘tijdelijke’ wereldlijke regiment zijn die van tijdelijke vrede, recht en leven en als laatste algemeen belang.
De goederen van het ‘eeuwige’ geestelijke regiment zijn eeuwige vrede en zaligheid. Het doel van de regering van het wereldijke regiment is dat van de instandhouding van de mens en gerechtigheid en vrede; in het geestelijke regiment is dat het eeuwige leven.
Taak van beide regimenten
Het wereldlijke regiment is er volgens Luther om zijn onderdanen te beschermen en diefstal, roof en echtbreuk te bestraffen. Het grote verschil tussen het wereldlijke en het geestelijke regiment is dat het wereldlijke wel onrecht of recht kan doen maar niet de ziel kan schaden. Het wereldlijke regiment kan alleen lijf en goed schaden. De wereldlijke macht is dan ook niet zo gevaarlijk als de geestelijke. De wereldlijke macht heeft niet te maken met de eerste drie geboden van God (Ik ben de Heer uw God, Gij zult geen andere goden hebben, Gij zult geen afgodsbeelden maken, Gij zult de naam van God niet misbruiken) de geestelijke macht daarentegen wel. Verzet is dan ook geboden tegen geestelijke macht wanneer zij geen recht doet. Verzet tegen de wereldlijke macht is daarentegen volgens Luther niet geoorloofd. We hoeven tenslotte niet te geloven wat de wereldlijke macht gelooft. Het recht op verzet houdt in dat we God meer dienen te gehoorzamen dan de overheden. Bij gewetensdwang (met betrekking tot de eerste 3 geboden) van onderdanen gaat de overheid wel haar boekje te buiten.
Belangrijk is ook dat Luther ageert tegen het idee dat de Rooms-Katholieken huldigen dat de kerk boven de staat staat. De beide regimenten (geestelijke en wereldlijke) zijn door God gesticht met eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het is de taak van de overheid om het kwaad te beteugelen en de vromen te beschermen, dat is haar ambt niet dat van de paus.
Luther en de hedendaagse politiek
Het is voor de christen-politicus van belang te weten dat hij aan beide regimenten toebehoort. Het volledige komen van het koninkrijk van God blijft toekomst , maar wij dienen het voor alles te zoeken (Mat 6:33). In de hedendaagse politiek zouden we volgens Luther juist onze verantwoordelijkheid moeten nemen om als christenen binnen het geestelijke regiment te leven en tegelijkertijd te participeren in het wereldlijke regiment. Strevende naar naleving van Gods wet. De overheid zou ook in onze tijd leven moeten beschermen, gezinnen moeten beschermen en zou zich als hoeder moeten ontpoppen van geloofs- en gewetensvrijheid. Een boodschap die haaks staat op een tijd waarin autonomie van het individu hoger staat dan het recht van het ‘ongeboren’ leven. In een tijd waarin dominees worden afgeluisterd en gemeenteleden worden gevolgd om een verband te ‘zoeken’ tussen preken van een dominee en mogelijke kindermishandeling. Wel wijst Luther ons erop dat het wereldlijke regiment in het niet valt bij het geestelijke regiment. Wellicht zouden we ons dus wat meer zorgen moeten maken over de stand van de Kerk. Daar behoren geen compromissen gesloten te worden maar dient het Woord van God te regeren.
Tot slot
Luther heeft geen scheidingsleer willen maken tussen beiden regimenten. Alsof de christen niets te maken zou hebben met het wereldlijke regiment en alsof de christen zich zou moeten afsluiten van deze samenleving. Wel maakt Luther onderscheid tussen beide regimenten om zo aan te tonen dat beiden verschillende verantwoordelijkheden hebben.




In Nederland is de christelijke politiek voorzover we daaronder mogen verstaan de ChristenUnie, het CDA en de SGP georganiseerd in partij verband. Er zijn maar marginaal christenen te vinden binnen de andere op niet-christelijke grondslag gebaseerde partijen. Er is geen helderheid over wat nu de christelijke politiek dient voor te stellen, tenminste niet onder de vertegenwoordigers van de christelijke partijen. We zullen afzonderlijk ingaan op het fenomeen partijdiscpline en het begrip christelijke politiek.
Een gevolg van de grote staat van vandaag de dag is totale verjuridisering van de samenleving. Dat terwijl inner control danwel het gecorrigeerd worden door diegene die dicht bij je staat vele malen effectiever is. Ook heeft deze grote staat desastreuze gevolgen voor ons morele besef naar bijvoorbeeld onze naaste. Eenieder heeft namelijk het recht op leven, een dak boven het hoofd en een uitkering, waarom zouden wij iemand helpen. Zelfs de kerk dient bij hulp vaak door te verwijzen naar de overheid, omdat de overheid de taak van de kerk nagenoeg heeft overgenomen.
In het bijzonder bij de geesteswetenschappen zien we op de academie een nogal autoritaire en arrogante opstelling ten opzichte van het verleden. Het heden wordt gepresenteerd als een resultaat van een lineaire ontwikkeling die zich continu blijft doorzetten. De geschiedenis is aaneengeregen van onwetendheid en bijgeloof. De rationaliteit wordt steeds meer omarmd en die was in het verleden nagenoeg afwezig. Dit zijn aannames die niet te verifieren zijn en hoe ironisch, ze zijn ook nog eens volstrekt irrationeel. Wie kan er een bewijs geven voor een lineaire ontwikkeling van de geschiedenis naar een paradijs op aarde? Blijkbaar kan men geloof niet wegrationaliseren.
Nadat Groen van Prinsterer, Abraham Kuyper en anderen decennialang hebben gestreden voor de vrijheid van onderwijs staat deze vrijheid vandaag de dag weer ter discussie. De publieke opinie verplaatst zich steeds meer naar de opvatting dat het bijzonder onderwijs zou moeten worden afgeschaft. Redenen voor deze verschuiving zijn; de slechte kwaliteit van islamitische scholen en de hetze van de linkse media. De (linkse) politici sluiten zich bij de media aan (politici zijn vandaag de dag in onze mediacratie bijna per definitie populisten). Zij zien hun utopisch ideaal van een één neutrale openbare school al decennialang gedwarsboomd.Men ziet de kans om nu eindelijk eens een einde te maken aan deze vrijheid.
Wellicht bent u op de hoogte van de plannen van minister Plasterk m.b.t. onderwijs. Volgens Plasterk is het niet meer van deze tijd om het onderscheid te hebben tussen wetenschappelijk en beroepsgericht onderwijs. Vandaar ook dat we beiden met elkaar moeten verenigen. Nu is het natuurlijk lovenswaardig dat Plasterk zich eindelijk weer eens op het beleidsterrein van onderwijs begeeft. Ondertussen was namelijk half Nederland vergeten dat hij ook nog minister was van Onderwijs. Lintjes doorknippen, opkomen voor homo-emancipatie (in feite: acties ondersteunen die destructief zijn voor homo-emancipatie) en een uitgekiend mediabeleid zijn de terreinen waar de gewone burger hem zou plaatsen.