‘Christus heeft zich een gemeente tot het eeuwige leven uitverkoren, vanaf het begin van de wereld’
Je hoort als Christen automatisch bij de gemeenschap van Christus, de banden met het voorgeslacht zijn zichtbaar. Dat voorgeslacht heeft in diezelfde kerk zijn geloof beleden. Christus vergadert, onderhoudt en beschermt die gemeente de eeuwen door. Het individu en zijn autonomie vallen als het ware weg. Je gaat als lidmaat op in de gemeenschap van Christus. Met elkaar belijd je wat al eeuwen is beleden. Net als in het verleden tegen de tijdsgeest in. Het maakt je klein wanneer je beseft dat God al die eeuwen trouw is geweest aan zijn woorden. Het ligt dan ook niet in mensenhanden. Al de oneerlijkheid, onrechtvaardigheid en hypocrisie door mensen had de kerk allang ten gronde gericht. Door dat alles heen blijft God toch trouw.
Die bescheidenheid is de moderne mens toch wat vreemd. Wanneer je ergens anders gaat wonen is de eerste vraag: waar voel ik me thuis? En als je je bij andere groeperingen wat beter thuis voelt dan zal God dat ook wel zo willen- dan kun je de kerk prima verlaten. Desnoods begin je iets opnieuw, sticht je een nieuwe gemeente. Als die vervolgens groeit als kool is dat de zegen van God. Het draait dan vaak om de voorganger die een bepaald charisma heeft. Hij kan het zo mooi vertellen of hij inspireert. De gemeente stort als een kaartenhuis ineen wanneer de voorganger verdwijnt of iets immoreels doet. In de kerk dient de voorganger onzichtbaar te worden, verscholen achter het goddelijke Woord. Als spreekbuis.
Als je lidmaat van de gemeente mag zijn draait het niet meer om jou maar om de eer van God. Dat lichaam van God is een en ondeelbaar. Die rationalistisch ingestelde meneer dient in dezelfde kerk te zitten als die jongen die drijft op zijn gevoelsleven.
Weglopen bij de kerk is dus geen optie. Ook is het pure hoogmoed en individualisme om zelf maar iets nieuws te beginnen naast dat wat God is begonnen vanaf de schepping. Die diversiteit binnen de gemeente van Christus is nu juist een groot goed. We zijn een in de waarheid en kunnen elkaar daar op aanspreken.
Dan geldt soms ook: ‘niet klagen maar dragen’ maar is dat ons niet voorgezegd?
—Als je van het Evangelie overneemt wat je bevalt, dan geloof je meer aan jezelf dan aan het Evangelie— Augustinus
