Christenen horen bij de vervulde werkelijkheid van God, zij zijn een nieuwe gemeenschap die vrij is van de wereld. Zij horen niet bij de oude wereld maar bij de vervulde werkelijkheid van God. Ons verblijf hier op aarde is eigenlijk een verblijf in den vreemde. Het nieuwe testament gebruikt vaak de metafoor van de vreemdeling. Nu heerst het beeld van de pelgrim, die op weg is. De vreemdeling of de bijwoner is daarentegen ontheemd, de aandacht is gericht op het er niet bij horen. Christenen hebben hier geen vaderland. In Hebreen 11:9 lezen we:
‘Door het geloof verbleef hij als vreemdeling in het land dat hem beloofd was; hij woonde er in tenten, evenals Isaak en Jakob, die dezelfde belofte erfden’.
We behoren tot de eschatologische werkelijkheid die niet van deze aarde is.
Er is een scheiding van werelden, van aeionen, oud en nieuw, vlees en Geest en een scheiding van verderfelijkheid en heerlijkheid. Aandacht vragen voor deze scheiding is niet heel populair. We moeten kijken naar dat wat ons kan verbinden (op zichzelf een goed streven) en niet naar dat wat ons dient te scheiden. Verbinding zoeken tussen het oude en het nieuwe (de wereld en het Koninkrijk) is bij voorbaat gedoemd om te mislukken. Zolang het oude het oude is snapt het het nieuwe niet.
‘Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen’ lezen we in 1 Johannes.
Deze twee werkelijkheden staan diametraal tegenover elkaar. Noordmans schrijft hier prachtig over:
‘Christenen zijn in gevecht met de wereld die zij moeten verzaken en met zichzelf. Wij zelf sterven aan onszelf, we verliezen onszelf, we worden onszelf vreemd, terwijl er geen ander zelf is dan dit zelf.’
Dat is de crisis waarin we leven. Er is een scheiding tussen de oude wereld en het bestaan in Christus. Mensen van de wereld staan niet in deze crisis, zij staan stevig met hun voeten op de aarde en voelen zich er thuis. Prof. van de Beek weet dit treffend te verwoorden:
‘Een seculiere cultuur heeft niets met de nieuwe schepping. Ze sluit zich op in haar immanentie. Wat de toegang tot het leven had moeten worden, wordt haar graf. Daarmee is geen akkoord mogelijk. Want dat is een akkoord dat gesloten wordt met het oude, dat niet meer leven kan, omdat het in de volheid van de tijd de dood is geworden’.
Het koningschap van Christus werd zichtbaar op Golgotha, hij ging ons voor. Christenen dienen zichzelf op te geven ter wille van de ander, het aan zichzelf afsterven staat centraal.
In 1 Petrus vs. 23 zien we onze roeping:
‘Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van hem.’
De sterken van de wereld, de machtigen zien in dat kruis zwakheid. Maar zij begrijpen het niet. Het is het kruis dat de wereld beter maakt. Die Christus die geboren werd in een voederbak, wiens handen genageld werden aan het kruis dat is onze koning. Gods kracht wordt immers in zwakheid geopenbaard, in een gebroken christenleven dat midden in de crisis staat.
Posted by Wilhelmina Pel on februari 15, 2011 at 3:37 pm
Verheerlijking van martelaars. Zo kweek je nieuwe beulen. Oproepen tot sterven voor anderen.
De ss had ook een dergelijke moraal. Geen wonder dat de katholieke kerk na de oorlog de ss’ers hielp te vluchten naar Zuid-Amerika in de organisatie Odessa.
Priesters in Midden-Oosten jurken drukken de afkomst van het christendom uit; afkomstig uit de achterlijke woestijnmoraal net als de islam.
Posted by Maarten on februari 16, 2011 at 7:37 pm
De frustratie druipt er vanaf. Wellicht dat u niet helemaal begrijpt wat er wordt bedoelt met dat afsterven aan jezelf. Dat is dat het niet meer om je zelf draait. Enkel je eigen egoïsme voeden, maar dat betekent er zijn voor de ander. Het dienen van de naaste. Zou onze cultuur daar niet iets van kunnen gebruiken?