God is nabij, houd je altijd vast, slaat zijn armen om je heen. Hij biedt zijn vriendschap aan, staat naast je. Hij wil elk moment van de dag met je babbelen over je dagelijkse bezigheden. Is dat God? Niet- christenen plegen nog wel eens te vragen of in God geloven niet een soort van psychologisch hulpje is. Een soort van wensdenken. Het lijkt me een logische vraag. Heb je niet gewoon je eigen praatpop gemaakt? Is God niet gewoon de spiegel van je eigen Ik geworden? Heb je God niet tandeloos gemaakt?
In de Bijbel wordt er hoger over God gedacht. ‘Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie plannen’ (55:9). God is voor de psalmist zelfs verborgen, ‘Waar is uw God?’. Wij zijn tenslotte mensen, en Hij is God. Wij zijn schepselen en Hij is de schepper.
Wij zijn geschapen, God is ongeschapen. Het eindige kan nu eenmaal niet het oneindige vatten. De apostel schrijft: ‘God woont in een ontoegankelijk licht’, niemand kan Hem zien. Dergelijke woorden maken toch wat meer bescheiden. We kunnen alleen maar tegenover God staan, met ons hele hebben en houden. Dan kunnen we hem alleen maar dienen, aanbidden en lofprijzen. Maar in dat tegenover Hem staan, bezitten we Hem niet. We worden klein en afhankelijk. Sterven af aan ons eigen Godsbeeld wat enkel maar diende om onze verlangens te vervullen.
Miroslav Volf, een hedendaags theoloog schreef daar prachtig over: ”Wanneer we vergeten dat God volstrekt anders is verdwalen we. Gods wegen worden dan gelijk aan onze wegen en onze plannen. Ons hart wordt zo een afgodenfabriek, waarin we God ontwerpen en bijschaven om te voldoen aan onze behoeften en verlangens.
De meest krachtige en verleidelijke beelden van God zijn echter niet de beelden die onze gedachten binnendringen als we tv-kijken, boeken lezen, gaan winkelen of met onze buren kletsen. Langzamerhand en ongemerkt begint de enig ware God kenmerken te krijgen van de goden van deze wereld. Onze eigen God bijvoorbeeld vervult simpelweg al onze verlangens, in plaats van ze te veranderen zodat ze meer lijken op de schoonheid van Gods eigen karakter. Onze God doodt zijn vijanden in plaats van ervoor te sterven, zoals God in Jezus Christus deed.”
Overigens kun je God voor het gerecht slepen: ‘waar bent u?’ Je kunt ook naar jezelf kijken. God wilde in zijn evenbeeld zichtbaar worden, de mens. De mens moest God zichtbaar maken in deze wereld. Dat is zijn roeping. De mens laat echter verstek gaan want hij is zondaar. God wordt dan niet uitgedrukt, Hij blijft verborgen. Dat ligt aan de mens. Die gedachte is een dolkstoot in ons hart. Dan laat je het wel om te jammeren over een God die zich verborgen heeft, het enige wat je te doen staat is schuld belijden.
Posted by Evert on april 21, 2011 at 11:01 am
Interessant stuk waar evangelische christenen veel van kunnen leren. Desondanks blijf ik zitten met twee vragen:
1. Hoe kun je aangeven wat de oorsprong van verlangens, de motivatie en het doel van verlangens zijn? Is dat niet bijna altijd zeer diffuus en multi-interpretabel? Als God mij iets geeft, dan word ik er blij van (waar God toch ook weer blij van wordt)? Dat ‘genieten’ mag geen doel op zich zijn, maar of het een ongewenst bijwerking is…?
2. Is in jouw Godsbeeld wel contact met God mogelijk? Of heb je God beperkt tot de wetten van Zijn eigen schepping? En hoe zie je de uitstorting van de Heilige Geest vandaag de dag? Heb je zelf ook eens de Heilige Geest ervaren?