Subsidiëring van de elite

Kunstsubsidies zijn er volgens voorstanders om de kunst dichter bij de burger te brengen. Ook individuen uit lagere klassen dienen in aanraking te komen met kunst. De overheid zal deze maakbaarheidsidealen wel eens even waarmaken. Utopie of niet. Buiten kijf staat natuurlijk dat kunst van immens belang is voor een cultuur. Hans van Mierlo noemde kunst: ‘een greep naar de eeuwigheid’ en daar zit veel in. Zijn ietwat merkwaardige gevolgtrekking was dat de kunst dan ook maar gesubsidieerd diende worden.

 

Thorbecke sprak wijze woorden in zijn tijd: “De Kunst is geen regeringszaak, in zooverre de Regering geen oordeel, noch eenig gezag heeft op het gebied der kunst.”

Ten eerste de taak van de overheid. Voorstanders van kunstsubsidie zien de overheid vaak als hoeders van het goede. Ze zijn bang om de overheid te definiëren in taken en bevoegdheden. Als er iets goeds kan gebeuren mag de overheid dat doen, without limits. Ze zien geen ordeningen. Men ziet een individu en een staat, de overheid dat is Den Haag. Het is dan enkel mogelijk dat de landelijke politiek u gaat bewegen en gaat vermanen om kunst te gaan waarderen. Deze simplificering van de werkelijkheid is problematisch omdat het de werkelijkheid miskent. Een individu staat nu eenmaal in een werkelijkheid van sociale- en gezagsrelaties. Diegenen die dichtbij staan kunnen effect sorteren. De overheid gaat voor ons bepalen wat we belangrijk dienen te vinden, die overheid die net zo goed bevolkt wordt door faalbare mensen. U dient mee te betalen aan het culturele uitje van uw buurman. Indirect kunt u een boete verwachten wanneer u zelf niet gaat. Dit heeft ook gevolgen voor kunstenaars en kunstenaarsorganisaties, ze worden laks en arrogant. Controle door individuele burgers die hun geld goed besteed willen zien is totaal afwezig. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar ontwikkelingshulp. De organisaties die zelfredzaam zijn boeken doorgaans de beste resultaten. Hun dood is het slecht omspringen met geld, de donateurs verhuizen wel. Ook een gevolg is dat de overheid zich onvermijdelijk gaat bemoeien met hoe het geld dient te worden besteed. Toen minister Koenders een regime in Afrika geld wilde toestoppen stelde hij mooi wel de eis dat abortus op termijn zou moeten worden gelegaliseerd. Toen Cordaid overheidsgeld aanwendde om de door de Tsunami getroffen gebieden te helpen stuurde men tonnen aan condooms. Om onze seksuele moraal daar even op te dringen, daar zaten ze vast op te wachten. Dat was tenslotte hun eerste levensbehoefte. Het gevolg voor de kunst is dat zij zich gaat aanpassen aan de verstikkende mening van de meerderheid. Niet bepaald het ideaal van wat kunst zou moeten zijn.

Ten tweede is het feitelijk onjuist om aan te nemen dat met materiële hulp de kunst ook kwalitatief beter wordt. Vaak gebeurt het tegenovergestelde. Kunst verandert in consensus kunst want zij is afhankelijk van overheidsgeld. De subsidiecultuur heeft sowieso gezorgd voor een kunstwereld die zich helemaal blindstaart op de overheid. Een totale fixatie op Den Haag en op de subsidiepotten. Bij de stichting Atana kun je een cursus doen ‘Hoe kom ik in de Cultuurnota’. Volgens de directeuren van de twee grootste kunstfondsen leidt het kunstsubsidiesysteem tot middelmatige kunst. Marina Abramovic, fameus kunstenaar nu niet voor niets woonachtig in New York, zegt ‘de enorme overheidssteun doet de meeste kunstenaars eerder slecht dan goed.’ Kees Vuyk, die kunstbeleid doceert aan de Universiteit Utrecht, zegt “Buiten de professionals stelt vrijwel niemand belang in de Nederlandse hedendaagse kunst. Het is kunst-kunst.” In Second Opinion lezen we over ‘consensus-kunst’. Oftewel maken wat in de smaak valt van de commissie. Riki Simons van Elsevier en Rutger Pontzen van de Volkskrant zien de Nederlandse kunst als inzichzelfgekeerd dankzij de subsidies.

Ten derde komt de kunst helaas niet dichter bij de burger. U zult die ervaring ook hebben, u gaat naar een klassiek concert en treft daar doorgaans alleen de elite en wellicht nog een paar universitaire studenten. Daarnaast is het nog maar de vraag of het met stoppen van subsidiëring daadwerkelijk duurder gaat worden om een concert te bezoeken. Dat is zeker geen causaal verband. Men zal dan ongetwijfeld efficiënter gaan werken met alle financiële voordelen van dien. Het subsidiëren van kunst is in feite een omgekeerde herverdeling van inkomsten. Van de lagere naar de hogere klassen. De lagere klasse moet dokken voor de kleine elite die al ruim in de centen zit. Is deze lagere klasse eigenlijk al eens gevraagd of ze liever haar geld houdt (want dat is het) en duurdere kaartjes of goedkopere kaartjes en minder geld?

Tot slot, conclusie dient niet te zijn dat kunst van ondergeschikt belang is. Kunst is van immens belang en juist daarom dienen we de subsidies af te schaffen. Het komt de kwaliteit ten goede, consensus kunst verdwijnt en de overheid kan krimpen. Wellicht jammer voor de elite en hun belangen, goed voor het land.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.